Behandeling blaasontsteking

De behandeling van #blaasontsteking

Soms verdwijnt de ontsteking vanzelf, maar als dit niet gebeurt is het verstandig om naar je huisarts te gaan. Die zal je wat vragen stellen en soms een urinemonster van je willen. Zo kan je arts een goede diagnose stellen èn een behandeling voorstellen.

Naar de huisarts

Je huisarts moet natuurlijk eerst een goede diagnose stellen. Tenzij er bijzondere omstandigheden zijn, is lichamelijk onderzoek niet nodig. Je hoeft je dus niet uit te kleden.

Je arts zal je enkele vragen over het plassen stellen. Zoals:

  • Hoe lang heb je de klachten al?
  • Is het plassen pijnlijk of branderig?
  • Hoe erg is de pijn?
  • Moet je vaker plassen dan gewoonlijk?
  • Zit er bloed bij de urine?
  • Heb je dit al eens eerder gehad?
  • Ben je onlangs nog onderzocht voor de blaas?
  • Heb je wel eens het gevoel dat je moet plassen, maar komt er eigenlijk niks?
  • Heb je pijn in je rug of onderbuik?
  • Heb je last van koorts, rillingen, algemeen ziekzijn of pijn in de zij?

Bij ouderen:

  • Heb je te maken met een plotselinge (toename van) verwardheid?

Bij vrouwen met terugkerende blaasontsteking:

  • Is er mogelijk een verband met geslachtsgemeenschap?
  • Gebruik je condooms en/of spermadodende middelen?
  • Hoe vaak was je je en waarmee?

Bij zwangere vrouwen:

  • Hoe lang ben je zwanger?
  • Zijn er voortijdige weeën of meer harde buiken?

Plaspotje

Urine-onderzoek

Soms ontkom je er niet aan: een urine-onderzoek. Je levert dan een (nieuw en ongebruikt) urinepotje met schroefdop in voor onderzoek. Deze krijg je van je arts of koop je bij de drogist of apotheek. De urine wordt ter plekke onderzocht. Je hoort dan direct of je inderdaad een blaasontsteking hebt en welke behandeling je krijgt. Tenzij je erg vaak een blaasontsteking hebt gehad, of een eerdere behandeling niet aangeslagen is. In dat geval wordt je urine naar een laboratorium gestuurd voor vervolgonderzoek en krijg je na enkele dagen de uitslag en advies over een mogelijke behandeling.

Goed om te weten!

Je vangt je urine tijdens het plassen ‘mid-stream’ op: dus het eerste beetje plas laat je gaan, daarna begin je met het opvangen van je urine. Zo voorkom je dat er bijvoorbeeld cellen en bacteriën van de huid of geslachtsorganen in de opgevangen urine terecht komt.

Plassen in een potje. Zo werkt het:

  1. Vooraf was je jezelf met een washandje met water.
  2. Je plast eerst even een beetje in het toilet en vangt daarna wat urine op in een schoon urinepotje door dit in de plasstraal te houden.
  3. Plas verder in het potje tot het voor de helft of 2/3 gevuld is.
  4. Om verontreiniging met bacteriën te voorkomen houden vrouwen de schaamlippen gespreid. Raak de binnenkant van het potje en het deksel niet aan met je handen.
  5. Sluit daarna het potje goed af met de deksel.
  6. Noteer je naam en geboortedatum op het potje

De behandeling van een blaasontsteking

Ben je niet zwanger en verder gewoon gezond? Dan is hier mogelijk zelf wat aan te doen met zelfzorgproducten, veel drinken en eventueel pijnstilling. Je huisarts kan een antibioticakuur voorschrijven. Er zijn verschillende antibioticakuren die variëren in de dosering en gebruik. In alle gevallen wordt de bacterie gedood.  Verderop staat een overzicht.

Hou er rekening mee dat de klachten nog 3-5 dagen kunnen aanhouden. Als je arts inschat dat de kans op herhaling groot is, kan je een extra recept meekrijgen voor een tweede kuur. Die kan je dan zelf starten zodra de klachten terugkeren.

Er zijn verschillende sites waarop je de ervaringen met een geneesmiddel door andere gebruikers kunt lezen. Een voorbeeld is mijnmedicijn.nl

Verschillende antibiotica tegen blaasontsteking, met verschil in periode van inname (van 1 dag tot 5 dagen)

 

image_antibiotica_animated

Als antibiotica niet aanslaan

Het komt niet vaak voor, maar soms is de bacterie die je blaasontsteking veroorzaakt resistent tegen sommige antibiotica. Als je met zo’n bacterie besmet bent werkt niet elk antibioticum meer goed, en kan het dus zijn dat een kuur niet goed helpt. Als je klachten niet verdwijnen kan je arts daarom besluiten een kweek van de urine te laten maken. Zo kom je erachter om welke bacterie het gaat en welke antibiotica nog wel goed werken.